Creativiteit begint waar sleur eindigt, waar je iets anders dan anders doet. Iets nieuws, iets wat je verrast, iets waardoor je nieuwe inzichten of ideeën krijgt. Wat moet dat ‘nieuwe, andere’ nu zijn? Tja, dat ligt helemaal aan jezelf. Verken eens een andere stad, trek wandelschoenen aan en maak een mooie wandeling in de natuur, of ontdek een nieuwe bezigheid.
Laatst kreeg ik zelf die kans. Als hoofdredacteur van ROS paardenmagazine, verwachten mensen dat ik al jaren paardrijd. Een verkeerde aanname. Maar onlangs kreeg ik de kans om bij een rijinstructrice en tevens redactielid van ROS een introductieles te volgen.
Voor het eerst te paard dus. Spannend, want: hoog en wiebelig. Maar tegelijk: leuk spannend, want het leek me leuk om te doen en ik ben sowieso een enorme dierenliefhebber. Na tien minuten vond ik mijn balans op het paard, dat overigens heel geduldig en rustig was. Ik vergat helemaal de tijd en mijn hoofd raakte als vanzelf leeg, zo geconcentreerd probeerde ik de aanwijzingen tijdens de les op te volgen. Het uur vloog voorbij.
Het mooie van deze ervaring is niet alleen dat ik nu ontdekt heb dat paardrijden écht leuk is, maar ook dat ik er inspiratie van krijg. Het is immers veel interessanter om over iets te schrijven wat je zelf hebt ervaren, waar je een beeld bij hebt, waar je bij kan aansluiten. En door iets te doen dat buiten je comfort zone ligt, verleg je grenzen. Steeds in hetzelfde kringetje lopen is ook zo saai.
Dus trek de stoute (rij?)schoenen aan en zorg ook dat jouw creativiteit weer gaat stromen. Mij beviel het goed. Behalve die zadelpijn dan!
Daphne Doemges-Engelen
Textworld
www.text-world.nl
vrijdag 9 oktober 2015
maandag 21 september 2015
Ja maar, bestond al
U als creatief krijgt er vroeg of laat mee
te maken: u maakt iets moois en een ander ript het ten koste van uw
portemonnee. En als u dan de ander aanspreekt op zijn gedrag krijgt u alle
varianten van “nietus” te horen: “Nee hoor, zelf bedacht” of “Lijkt niet op
elkaar”. En ook een goede: “Ja maar, zoiets bestond al”. Moe van dit
wellus/nietusspel melden ontwerpers zich dan op ons gratis juridisch spreekuur.
Waarbij we meestal volop aan de bak kunnen, maar soms ook niet. Alle genoemde
argumenten kunnen namelijk, afhankelijk van het recht waar het om gaat (merk,
auteursrecht, model enz.) een relevant juridisch verweer zijn in plaats van een
laffe uitvlucht. Dit keer zal ik het hebben over “ja maar, bestond al”, aan de
hand van een recent illustratief voorbeeld.
De firma Eichholtz maakt – mijns inziens
best mooie, maar smaken verschillen – koffietafels en
zijtafels
van glas en metaal in de vorm van een edelsteen. Het ontwerp daarvan heeft
Eichholtz als model laten registreren. Een ander, laten we hem Pietersen
noemen, vond de tafels ook mooi. Vier maanden nadat Eichholtz op de beurs stond
met haar tafels, staat Pietersen op diezelfde beurs met tafels die verdacht
veel lijken op de tafels van Eichholtz. Eichholtz woest: stoppen met die
handel!
Pietersen verweert zich met “ja maar,
bestond al”. Pietersen toont een groot aantal foto’s van tafels die al
bestonden voordat Eichholtz haar model registreerde en van geslepen diamanten:
“je hebt gewoon een combi gemaakt van wat er al was”. Dat argument gaat echter
niet op: dan is zo’n beetje niets te beschermen. Een model hoeft immers slechts
nieuw te zijn ten opzichte van specifieke andere modellen. En tafels (ook al
zijn die in de vorm van diamanten) met diamanten vergelijken…..iets met appelen
en peren.
Dus: Eichholtz heeft gewoon een geldig
modelrecht. En dan wordt het makkelijk: de tafels van Pietersen wekken dezelfde
algemene indruk als de tafels van Eichholtz. Dus inbreuk, stoppen met die
handel en laat maar zien hoeveel je verkocht hebt, want dit wordt kassa voor de
schade die je berokkend hebt!
Tip: kijk eens hoeveel modellen u heeft
ontworpen? Denk er daarbij aan dat een model zowel twee- als driedimensionaal
kan zijn. Nadat het model in de openbaarheid is gekomen, heeft u maximaal een
jaar de tijd om het te deponeren. Doe dat dan
ook. Dan veegt u met de Pietersens in deze wereld de vloer aan. Oh, voor de
verder-lezers, vonnis staat hier.
mr. Jan Smolders
Dohmen Advocaten – Van idee tot product, wij spreken uw taal en kennen uw recht
Dohmen Advocaten – Van idee tot product, wij spreken uw taal en kennen uw recht
dinsdag 18 augustus 2015
De parodie en de intellectuele eigendom
Veel mensen laten zich in Parijs, als ze er dan toch zijn, in Montmartre vereeuwigen in een spotprent. Zelf zie ik het als eerbetoon als iemand een goede grap over me maakt: ik ben kennelijk belangrijk genoeg om op de hak te worden genomen!
Voor kunstenaars of merkhouders van wie hun werk of merk belachelijk wordt gemaakt, ligt dat vaak net iets anders, zoals we merken bij ons wekelijks gratis IE-spreekuur. Met veel dingen kom je toch weg, als het maar duidelijk is dat het als parodie is bedoeld en je er niets aan verdient. Zelf moest ik bijvoorbeeld smakelijk lachen om deze: Puma en Pudel.
Puma vond ‘m minder leuk en startte een procedure. Flauw, dacht ik, tot ik las dat de kunstenaar ook t-shirts verkocht met de Pudel er op én dat hij een merk had gedeponeerd. De Duitse rechter die er over moest oordelen, vond dat de kunstenaar “ongerechtvaardigd voordeel trok” uit de bekendheid van het merk en oordeelde dat het merk moest worden doorgehaald. Helaas is de volledige uitspraak niet beschikbaar. Uit de Duitse pers blijkt echter dat de kunstenaar voor het overige wel door mag gaan met zijn parodie.
Ook in Nederland hebben we dergelijke parodierechtszaken gezien, namelijk over een afbeelding van Nijntje met grotere ogen en bijgaande tekst: Het Pilletje Nijntje staat strak. Na twee pilletjes op thunderdome gaat zij keihard los. Ze slikt er nog een drie zodat ze nog harder kan gaan! Dat is pas VET.
Nijntje is een merk. De Nederlandse merkenwetgeving zegt dat er merkinbreuk is ook als je het merk niet gebruikt om je waren of diensten te onderscheiden van die van de concurrent, als door jouw gebruik,“zonder geldige reden, ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk”. Ook al zegt de Nederlandse merkenwetgeving niets over parodie, dan helpt de rechter je door de parodie tot geldige reden te verklaren.
Augustus 2015,
mr. Hub Dohmen.
www.dohmenadvocaten.nl
Voor kunstenaars of merkhouders van wie hun werk of merk belachelijk wordt gemaakt, ligt dat vaak net iets anders, zoals we merken bij ons wekelijks gratis IE-spreekuur. Met veel dingen kom je toch weg, als het maar duidelijk is dat het als parodie is bedoeld en je er niets aan verdient. Zelf moest ik bijvoorbeeld smakelijk lachen om deze: Puma en Pudel.
Puma vond ‘m minder leuk en startte een procedure. Flauw, dacht ik, tot ik las dat de kunstenaar ook t-shirts verkocht met de Pudel er op én dat hij een merk had gedeponeerd. De Duitse rechter die er over moest oordelen, vond dat de kunstenaar “ongerechtvaardigd voordeel trok” uit de bekendheid van het merk en oordeelde dat het merk moest worden doorgehaald. Helaas is de volledige uitspraak niet beschikbaar. Uit de Duitse pers blijkt echter dat de kunstenaar voor het overige wel door mag gaan met zijn parodie.
Ook in Nederland hebben we dergelijke parodierechtszaken gezien, namelijk over een afbeelding van Nijntje met grotere ogen en bijgaande tekst: Het Pilletje Nijntje staat strak. Na twee pilletjes op thunderdome gaat zij keihard los. Ze slikt er nog een drie zodat ze nog harder kan gaan! Dat is pas VET.
Nijntje is een merk. De Nederlandse merkenwetgeving zegt dat er merkinbreuk is ook als je het merk niet gebruikt om je waren of diensten te onderscheiden van die van de concurrent, als door jouw gebruik,“zonder geldige reden, ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk”. Ook al zegt de Nederlandse merkenwetgeving niets over parodie, dan helpt de rechter je door de parodie tot geldige reden te verklaren.
Augustus 2015,
mr. Hub Dohmen.
www.dohmenadvocaten.nl
maandag 20 juli 2015
Vakjargon
Dit
voorjaar kwam een nieuwe (creatieve) uitdaging op mijn pad: ik werd gevraagd of
ik hoofdredacteur wilde worden van ROS paardenmagazine. Een mooie nieuwe kans!
Vol enthousiasme werk ik sindsdien – naast mijn andere freelance tekst- en
fotografiewerkzaamheden – aan dit tweemaandelijks magazine. Natuurlijk doe ik
dat niet alleen en kan ik rekenen op de expertise van onder meer
paardrijddeskundigen en een dierenarts. De afgelopen maanden volgde ik een spoedcursus
‘paarden’. Want het is een wereld op zich! Termen als schouder voor, longeren
en nageven vlogen me om de oren. Het bleek een heel nieuw vakjargon dat ik me
eigen moest maken. En met plezier.
Doe
je lezers een plezier en schrijf een tekst op maat, die aansluit bij hun kennis
en interesses. Dat is direct mijn tip: weet voor wie je schrijft en wat de
achtergrondkennis van je lezers is. Zijn ze helemaal ingeburgerd in een
bepaalde wereld, dan kun je gerust jargon gebruiken. Heb je echter te maken met
‘leken’, leg dan de termen uit, verduidelijk technieken of bepaalde methoden.
Want een lezer die je niet meer kan volgen, is een lezer die afhaakt. Hoe zorg
je nu dat die lezer van de eerste tot de laatste letter geboeid blijft? Houd
vooral de vaart in een tekst, schrijf to the point en wissel je woordgebruik
af. Maak het concreet door aansprekende voorbeelden, en probeer je lezer te
verrassen met een originele invalshoek. Een flinke dosis creativiteit is
daarbij welkom.
Het komt allemaal aan op je verplaatsen in de doelgroep. Denk je dus na over de
invalshoek en opzet van een tekst, denk dan in de eerste plaats aan voor wie je
‘m schrijft. Zodat je echt wat te vertellen hebt en je jouw lezers iets kunt bieden.
Bij het schrijven van een inspirerende tekst geldt: houd de teugels stevig in
handen!
Daphne Doemges-Engelen
Textworld
vrijdag 10 juli 2015
De rijdende, oh nee, proevende rechter
Auteursrecht op de geur van een parfum is
mogelijk, zei de Hoge Raad in 2006 in de Lancome-zaak.
Naar analogie van die uitspraak zei de Haagse kortgedingrechter begin 2015:
“ja, auteursrecht op smaak is mogelijk”, om
vervolgens een hap uit een stuk Heksenkaas en een stuk Magic Cheese te nemen. “Ja, lijkt op elkaar, u krijgt toestemming om
beslag te leggen op bewijs bij de maker van Magic Cheese”.
De kortgedingrechter in Gelderland die een
half jaar later – juni 2015 - moest oordelen of Witte Wievenkaas inbreuk maakte
op het auteursrecht op de smaak van Heksenkaas, had helemaal
geen zin om te proeven, niet om te kijken of het creatief genoeg was voor
auteursrecht en ook niet om te kijken of het op elkaar leek. Als je niet kan
omschrijven wat er zo bijzonder is aan heksenkaas, dan heb je gewoon
onvoldoende argumenten aangevoerd. En “niet te beschrijven” is geen argument.
Móet de rechter proeven? Vast staat in elk
geval dat hij het mág, zoals de Hoge Raad in 2014
oordeelde. Dat opent dan wel de weg naar oncontroleerbare vonnissen: als de
máker van de (in dit geval) kaas al niet kan omschrijven wat er zo bijzonder
aan is, kan de rechter dat al helemaal niet. Dan staat er “niet te beschrijven”
in de dagvaarding en “niet te beschrijven” in het vonnis. En zie daar als
“inbreukmaker” in hoger beroep dan maar een speld tussen te krijgen.
mr. Jan Smolders
Dohmen Advocaten - Van idee tot product, wij spreken uw taal en kennen uw recht
Dohmen Advocaten - Van idee tot product, wij spreken uw taal en kennen uw recht
donderdag 18 juni 2015
Geen geDonder(s) met mijn naam!
Sommige mensen zijn positief bezig en
creëren dingen, anderen proberen dat weer af te breken, zo merken we helaas
soms in ons gratis
juridisch spreekuur. Daar krijg je als advocaat voor creatieven vaak een
nare smaak van in je mond. Als een rechter dit afstraft, kun je een glimlach
dan ook niet onderdrukken.
Al eerder was bekend dat Roy Donders zó
populair is, dat iedereen een graantje probeert mee te pikken, bijvoorbeeld
door een nieuwe kledingwinkel Donderzgoed
te noemen. Nog vervelender is het, als anderen jouw naam als merk deponeren en
vervolgens met dat merkrecht rond gaan zwiepen. Marketingbureau JanssenConcepts
had eind 2013 het merk “Roy Donders” “alvast ff vastgelegd” voor kleding en
ging naar Donders toe om te kijken of ze een deal konden sluiten over een
kledinglijn. Daar had Donders helemaal geen trek in. Donders ging zelf wel aan
de slag met een kledinglijn, zonder JanssenConcepts. Jumbo introduceerde de
juichpakken van onze Roy Donders in de zomer van 2014 en kreeg spontaan een
sommatie van de advocaat van JanssenConcepts : “ik heb het kledingmerk ‘Roy
Donders’, stoppen met die verkoop!” Dat pikte ons Royke natuurlijk niet. Royke
naar de rechter.
Gelukkig voor Roy Donders kennen de wet en
daarmee de rechter wel een oplossing voor dit soort parasitair gedrag. “Het was niet het doel om Donders te
benadelen, hij had geen interesse in die merken”, ja-maart JanssenConcepts.
Nee, volgens de rechter – begin juni 2015 –, Donders wilde geen samenwerking en
dat is toch echt iets anders. Je hebt zelf geen enkele keer het merk gebruikt
of plannen gemaakt om een kledinglijn op te starten. Je hebt het merk alleen
gebruikt om Jumbo dwars te zitten. Je wist “dondersgoed” dat Roy Donders ten
tijde van het merkdepot een Bekende Nederlander was en je had kunnen weten dat
Donders vóór jouw merkdepot al met kleding bezig was. Dus een streep
door jouw merk!
Juni 2015,
mr. Hub Dohmen.
mr. Hub Dohmen.
Dohmen advocaten - Van idee tot
product, wij spreken uw taal en kennen uw recht
www.dohmenadvocaten.nl
www.dohmenadvocaten.nl
Dohmen
advocaten is vanaf 1 mei 2015 onder één dak met octrooi-/modellen-/merkenbureau
Griebling. Het nieuwe adres van Dohmen is: Sportweg 8, 5037 AC Tilburg. De
overige contactgegevens blijven gelijk.
donderdag 11 juni 2015
Auteursrecht: onzekerheden beter voorkomen dan genezen
Als u iets creatiefs heeft gemaakt dan
voelt het als “is van mij”. Gaat er dan iemand anders mee aan de haal dan is de
gedachte al snel “inbreuk op mijn auteursrecht”, zo blijkt steeds weer op ons gratis juridisch spreekuur.
Gewoonlijk is dat ook zo. Er is echter een aantal uitzonderingen – waar u
contractueel van af kunt wijken - waardoor het goed is om van te voren vast te
leggen van wie het auteursrecht is en wat de ander met uw werk wel en niet mag
doen. Zo is er werkgeversauteursrecht; als je taak als werknemer is om dingen
te creëren en je werkgever heeft zeggenschap over de vorm, heeft je werkgever
het auteursrecht.
Een tweede uitzondering betreft het uiterlijk van een nieuw en ‘origineel’
gebruiksvoorwerp. Dat kan geregistreerd worden als model. Als ontwerper geldt
echter de opdrachtgever en niet de
daadwerkelijke ontwerper!. Op een model kan naast modelrecht ook auteursrecht
zitten. Het is logisch om modelrecht en auteursrecht in één hand te laten. Als
bijvoorbeeld een gebruiksvoorwerp op bestelling is ontworpen, geldt de opdrachtgever als ontwerper van het
model en heeft de opdrachtgever het
auteursrecht. Lees bijvoorbeeld de uitspraak
in een zaak tussen twee vuurkorfleveranciers waarvan de een de ander zou
namaken. De “originele” vuurkorfleverancier die de vuurkorf door een externe
designer had laten ontwikkelen, kon zich dus beroepen op het auteursrecht en
niet de designer.
De derde uitzondering is het fictief makerschap van artikel 8 Auteurswet. Dat
bepaalt dat, als de eerste publicatie van een werk door een rechtspersoon
gebeurt “als van haar afkomstig” en uw naam als ‘creator’/natuurlijk persoon
daarbij niet vermeldt wordt, die rechtspersoon geldt als de maker (tenzij die
eerste publicatie al onrechtmatig was jegens u). Een fotograaf die
productfoto’s had gemaakt en latere publicaties door de opdrachtgever wilde
verbieden, kwam daar in een recente procedure ook achter: geen verbod!
Hoe dan ook, wie het auteursrecht heeft, vormt vaak voer voor rechtszaken, tot
aan de Hoge Raad toe. Wilt u dat soort kostbare onzekerheden vermijden, zorg
dan dat u één en ander afspreekt en vastlegt. Zelfs als u aan het regelen bent
wat al wettelijk vastligt: “doppelt genäht hält besser”.
Abonneren op:
Posts (Atom)