Posts tonen met het label auteursrecht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label auteursrecht. Alle posts tonen

maandag 23 november 2015

De nagemaakte sieraden, of: hoe wantrouwen tot creativiteit kan leiden


exacte kopieën
Woest kwam de ontwerpster ons gratis juridisch spreekuur binnen. Ze maakte al jaren zelfontworpen sieraden, en nu ineens trof ze exacte kopieën daarvan aan op internet! En dan zwaar onder haar prijs, van inferieur materiaal. En met vermelding van de namen die zij aan haar sieraden had gegeven. Kan toch niet? Nee, dat vonden wij ook. Ze had hier een opleiding voor gevolgd, het was haar broodwinning en het betrof hier echt creatieve dingen waar ze haar hele ziel en zaligheid in had gelegd, dus geen huis-, tuin- en keukenfröbelwerk.

brief op poten
Dus brief op poten naar de eigenaresse van de website, een BV. Die snapte er niks van: hoezo auteursrecht, dat is toch iets met boeken? Eh, ja en nee. En hoezo ongeregistreerd Europees modelrecht, hoe kan ik zien dat iets beschermd is als model als ik het nergens kan terugvinden in een database? Afijn, na wat uitleg snapte de wederpartij toch dat het niet kon wat ze deed. Ze zou het noooit meer doen! Maar cliënte had flinke imagoschade doordat er bij haar klachten binnenkwamen over de kwaliteit van “haar” sieraden, die dus de inferieure sieraden van de ander bleken te zijn. In arren moede had cliënte zelf besloten dat ze de productie van deze lijn zou staken en een nieuwe lijn zou gaan ontwikkelen. Cliënte wilde dus schadevergoeding en winstafdracht.

opgave leverancier, aantallen en winst
Terechte wensen, dus a.u.b. nou voor de laatste keer: wie is uw leverancier en hoeveel heeft u er verkocht? Flabbergasted was onze cliënte toen doodleuk het antwoord kwam: “Met Koningsdag contant gekocht, hele doos met 20 stuks tegelijk, maar geen idee van wie, heb geen bonnetje, als u kan wachten tot de volgende Koningsdag weet ik misschien meer. Winst heb ik niet gemaakt, niemand wilde die troep hebben dus ik heb zwaar moeten afprijzen”.

de twijfel slaat toe
Het kon the truth, the whole truth and nothing but the truth zijn en dan waren we met z’allen van een mug een olifant aan het maken. Cliënte geloofde er in ieder geval geen snars van en wilde beslag op de boekhouding. Op zich een terechte wens. Voordat je een hele kerstboom aan procedures optuigt, is het echter zinvol om na te gaan hoe de financiële vlag er bij de ander bijhangt, want je moet al die beslagen enzovoort wel kunnen verhalen. Na wat speurwerk leek de financiële vlag van de webshop – een eenmansBVtje- niet al te rooskleurig te wapperen. Dus ja, daar sta je dan.

creatieve oplossing: het worstje en de stok
Cliënte besloot om de ander er genadig van af te laten komen: een schadevergoeding die redelijk was, maar niet zonder waarborgen! Overeenkomstje opgesteld tegen finale kwijting, met daarin het bedrag dat de wederpartij zelf had aangeboden. Het risico dat het “Koningsdagverhaal”  een “kaasverhaal” zou blijken, was daarin uitgesloten door het “Koningsdagverhaal” op te nemen in de overeenkomst. In de overeenkomst was vervolgens een enorm risico gelegd bij de bestuurder van de BV in privé: die diende namelijk óók de overeenkomst te ondertekenen. Als die de waarheid heeft verteld over de herkomst, de aantallen en de winst heeft die niets te vrezen. Mocht later de leverancier worden gevonden en die verklaart 1.000 stuks aan de BV te hebben geleverd, of zou uit een later bewijsbeslag op de boekhouding alsnog blijken van Pinocchiogedrag, dan zou de bestuurder in privé worden aangesproken. In de overeenkomst stond namelijk een boete op onjuiste opgave. Uiteindelijk ondertekenden zowel de BV als haar bestuurder. Was de handtekening uitgebleven, dan had cliënte daarmee bij de rechter aannemelijk kunnen maken dat er onjuiste opgave was gedaan.

moraal van dit verhaal
Moraal van dit verhaal: we zijn deze samenleving nog wel eens aan het overjuridiseren. Als iemand je nadeel heeft bezorgd, maar je wilt voorkomen dat je met een kanon op een mug aan het schieten bent, verzin dan een creatieve oplossing.

Ook interessant in het kader van namaak:  21 september 2015: 'Ja maar, bestond al' I: column van onze Jan Smolders over de vraag wanneer "ja maar, bestond al" een zinvol verweer kan zijn; 29 oktober 2015: 'Ja maar, bestond al' II, column van onze Hub Dohmen over de vraag wanneer "ja maar, bestond al" een zinvol verweer kan zijn; 11 augustus 2014 column Naäpen mag!; 4 juni 2013 (auteursrecht) column "Stijlpikkers": namaken stijl schilderij toegestaan volgens Hoge Raad.

mr. Jan Smolders
Dohmen Advocaten – Van idee tot product, wij spreken uw taal en kennen uw recht

donderdag 29 oktober 2015

Inbreuk auteursrecht, ofwel: 'Ja maar, bestond al' II


In een eerdere column schreef mijn collega Jan Smolders al dat “Ja maar, zoiets bestond al” een relevant verweer kan zijn tegen een vordering op grond van inbreuk. In dat geval ging het over modelrecht. In de onderstaande casus is het onderwerp: auteursrecht.


Lampenkappen: big of niet?
Het idee blijft hetzelfde: B spreekt C aan, want die heeft inbreuk gepleegd, C verweert zich met de stelling dat er vóór B al een A was bij wie B heeft afgekeken. Hoe gaat dat ‘in het echt’? Nou, zo: Biglight spreekt Spinlight aan. Waarom? Klik hier. Ja, die serie lampenkappen lijkt wel als twee druppels water op elkaar. Een vraag die wij vaak op ons gratis wekelijks spreekuur krijgen: mag zoiets zomaar?


Als er auteursrecht op zit, nee. Maar wanneer zit er dan auteursrecht op? Het criterium uit de rechtspraak is of er sprake is van een “eigen oorspronkelijk karakter en het persoonlijk stempel van de maker”. Maar wat is dat dan? Kort samengevat: je mag het niet zelf al gekopieerd hebben en er moeten creatieve keuzes in zitten.


Biglight beroept zich op haar auteursrecht. Spinlight gaat daar tegenin: geen auteursrecht, het betreft zeer gebruikelijke vormen die ontleend zijn aan de geometrie en die door verschillende lampenmakers worden gefabriceerd en verkocht. Biglight bindt een beetje in: alleen de lampen met een dubbele laag (4, 8, 9, 10, 11 en 12) hebben auteursrecht, de rest niet. De rechter oordeelt dus alleen over de lampen met een dubbele laag. Die zijn ook niet bijster creatief, maar ook niet “nul creatief”, zo vindt de rechter. Daar kroop Biglight door het oog van de naald.


Gratis modelbeschermingEven een zijstapje: indien de lampenkappen niet langer dan drie jaar op de markt waren, had Biglight ook voor het anker kunnen gaan liggen van het “ongeregistreerd Europees model”. Een ongeregistreerd Europees model houdt in: drie jaar gratis bescherming tegen namaak, creativiteit niet vereist, het enige dat je hoeft te doen, is zeggen dat er een “eigen karakter” aan zit en waar hem dat dan in zit; registratie is niet nodig.


Wie was eerst?Dan terug naar de Biglightzaak. Er is dan nog de vraag of die ­ geringe ­ creativiteit van Biglight zelf is of dat Biglight ook al heeft ‘afgekeken’ van anderen. De rechter kan niet beoordelen of er inderdaad eerdere lampenkappenmakers (3x woordwaarde) waren met iets soortgelijks ­ het zogenoemde ‘vormgevingserfgoed’ of ‘Umfelt’. De bewijslast daarvan ligt bij Spinlight en er is geen enkele foto van eerdere lampenkappen aan de rechter getoond. Dus kan de rechter niet anders dan uitgaan van het auteursrecht van Biglight. De vraag of de lampen links in het plaatje zijn ontleend aan de lampen rechts is ook snel beantwoord. Dus: inbreuk, stoppen en betalen.


Tip om problemen te voorkomenWat leren we hier nu van? Wordt u geconfronteerd met een “ja maar, zoiets bestond al” als reactie op uw e- mail om te stoppen, zwaai dan met onderstaande uitspraak en vraag de ander om bewijs van eerder gelijkend “vormgevingserfgoed”. Zonder dat laatste gaat de namaker gewoon nat bij de rechter. Lees het vonnis hier.

Mr. Hub Dohmen
Twitter: @HDohmen
Dohmen Advocaten – Van idee tot product, wij spreken uw taal en kennen uw recht

maandag 21 september 2015

Ja maar, bestond al


U als creatief krijgt er vroeg of laat mee te maken: u maakt iets moois en een ander ript het ten koste van uw portemonnee. En als u dan de ander aanspreekt op zijn gedrag krijgt u alle varianten van “nietus” te horen: “Nee hoor, zelf bedacht” of “Lijkt niet op elkaar”. En ook een goede: “Ja maar, zoiets bestond al”. Moe van dit wellus/nietusspel melden ontwerpers zich dan op ons gratis juridisch spreekuur. Waarbij we meestal volop aan de bak kunnen, maar soms ook niet. Alle genoemde argumenten kunnen namelijk, afhankelijk van het recht waar het om gaat (merk, auteursrecht, model enz.) een relevant juridisch verweer zijn in plaats van een laffe uitvlucht. Dit keer zal ik het hebben over “ja maar, bestond al”, aan de hand van een recent illustratief voorbeeld.

De firma Eichholtz maakt – mijns inziens best mooie, maar smaken verschillen – koffietafels en zijtafels van glas en metaal in de vorm van een edelsteen. Het ontwerp daarvan heeft Eichholtz als model laten registreren. Een ander, laten we hem Pietersen noemen, vond de tafels ook mooi. Vier maanden nadat Eichholtz op de beurs stond met haar tafels, staat Pietersen op diezelfde beurs met tafels die verdacht veel lijken op de tafels van Eichholtz. Eichholtz woest: stoppen met die handel!

Pietersen verweert zich met “ja maar, bestond al”. Pietersen toont een groot aantal foto’s van tafels die al bestonden voordat Eichholtz haar model registreerde en van geslepen diamanten: “je hebt gewoon een combi gemaakt van wat er al was”. Dat argument gaat echter niet op: dan is zo’n beetje niets te beschermen. Een model hoeft immers slechts nieuw te zijn ten opzichte van specifieke andere modellen. En tafels (ook al zijn die in de vorm van diamanten) met diamanten vergelijken…..iets met appelen en peren.

Dus: Eichholtz heeft gewoon een geldig modelrecht. En dan wordt het makkelijk: de tafels van Pietersen wekken dezelfde algemene indruk als de tafels van Eichholtz. Dus inbreuk, stoppen met die handel en laat maar zien hoeveel je verkocht hebt, want dit wordt kassa voor de schade die je berokkend hebt!

Tip: kijk eens hoeveel modellen u heeft ontworpen? Denk er daarbij aan dat een model zowel twee- als driedimensionaal kan zijn. Nadat het model in de openbaarheid is gekomen, heeft u maximaal een jaar de tijd om het te deponeren. Doe dat dan ook. Dan veegt u met de Pietersens in deze wereld de vloer aan. Oh, voor de verder-lezers, vonnis staat hier.

mr. Jan Smolders
Dohmen Advocaten – Van idee tot product, wij spreken uw taal en kennen uw recht


vrijdag 10 juli 2015

De rijdende, oh nee, proevende rechter


Auteursrecht op de geur van een parfum is mogelijk, zei de Hoge Raad in 2006 in de Lancome-zaak. Naar analogie van die uitspraak zei de Haagse kortgedingrechter begin 2015: “ja, auteursrecht op smaak is mogelijk”, om vervolgens een hap uit een stuk Heksenkaas en een stuk Magic Cheese te nemen. “Ja, lijkt op elkaar, u krijgt toestemming om beslag te leggen op bewijs bij de maker van Magic Cheese”.

De kortgedingrechter in Gelderland die een half jaar later – juni 2015 - moest oordelen of Witte Wievenkaas inbreuk maakte op het auteursrecht op de smaak van Heksenkaas, had helemaal geen zin om te proeven, niet om te kijken of het creatief genoeg was voor auteursrecht en ook niet om te kijken of het op elkaar leek. Als je niet kan omschrijven wat er zo bijzonder is aan heksenkaas, dan heb je gewoon onvoldoende argumenten aangevoerd. En “niet te beschrijven” is geen argument.

Móet de rechter proeven? Vast staat in elk geval dat hij het mág, zoals de Hoge Raad in 2014 oordeelde. Dat opent dan wel de weg naar oncontroleerbare vonnissen: als de máker van de (in dit geval) kaas al niet kan omschrijven wat er zo bijzonder aan is, kan de rechter dat al helemaal niet. Dan staat er “niet te beschrijven” in de dagvaarding en “niet te beschrijven” in het vonnis. En zie daar als “inbreukmaker” in hoger beroep dan maar een speld tussen te krijgen.

mr. Jan Smolders
Dohmen Advocaten - Van idee tot product, wij spreken uw taal en kennen uw recht


donderdag 11 juni 2015

Auteursrecht: onzekerheden beter voorkomen dan genezen


Als u iets creatiefs heeft gemaakt dan voelt het als “is van mij”. Gaat er dan iemand anders mee aan de haal dan is de gedachte al snel “inbreuk op mijn auteursrecht”, zo blijkt steeds weer op ons gratis juridisch spreekuur. Gewoonlijk is dat ook zo. Er is echter een aantal uitzonderingen – waar u contractueel van af kunt wijken - waardoor het goed is om van te voren vast te leggen van wie het auteursrecht is en wat de ander met uw werk wel en niet mag doen. Zo is er werkgeversauteursrecht; als je taak als werknemer is om dingen te creëren en je werkgever heeft zeggenschap over de vorm, heeft je werkgever het auteursrecht.
Een tweede uitzondering betreft het uiterlijk van een nieuw en ‘origineel’ gebruiksvoorwerp. Dat kan geregistreerd worden als model. Als ontwerper geldt echter de opdrachtgever en niet de daadwerkelijke ontwerper!. Op een model kan naast modelrecht ook auteursrecht zitten. Het is logisch om modelrecht en auteursrecht in één hand te laten. Als bijvoorbeeld een gebruiksvoorwerp op bestelling is ontworpen, geldt de opdrachtgever als ontwerper van het model en heeft de opdrachtgever  het auteursrecht. Lees bijvoorbeeld de uitspraak in een zaak tussen twee vuurkorfleveranciers waarvan de een de ander zou namaken. De “originele” vuurkorfleverancier die de vuurkorf door een externe designer had laten ontwikkelen, kon zich dus beroepen op het auteursrecht en niet de designer.
De derde uitzondering is het fictief makerschap van artikel 8 Auteurswet. Dat bepaalt dat, als de eerste publicatie van een werk door een rechtspersoon gebeurt “als van haar afkomstig” en uw naam als ‘creator’/natuurlijk persoon daarbij niet vermeldt wordt, die rechtspersoon geldt als de maker (tenzij die eerste publicatie al onrechtmatig was jegens u). Een fotograaf die productfoto’s had gemaakt en latere publicaties door de opdrachtgever wilde verbieden, kwam daar in een recente procedure ook achter: geen verbod!
Hoe dan ook, wie het auteursrecht heeft, vormt vaak voer voor rechtszaken, tot aan de Hoge Raad toe. Wilt u dat soort kostbare onzekerheden vermijden, zorg dan dat u één en ander afspreekt en vastlegt. Zelfs als u aan het regelen bent wat al wettelijk vastligt: “doppelt genäht hält besser”.
mr. Jan SmoldersDohmen Advocaten - Van idee tot product, wij spreken uw taal en kennen uw recht

maandag 30 maart 2015

Uw rechten in de Oude en de Nieuwe wereld


Iedereen krijgt vroeg of laat met digitale dingen, met “e” te maken, en weet dan soms ff niet meer “wat ie moet doen”. Wat bijvoorbeeld als u aan het webwinkelen bent of aan het internetbankieren, en er “gebeurt iets” dat u niet leuk vindt en waar u niet op zat te wachten? Is dan uw recht ineens anders omdat het “e” is? Omdat het recht achter de maatschappij aan loopt zal het teruggrijpen naar analogieën met de “Oude wereld”, waarin nog niemand van internet had gehoord. Met andere woorden: als u weet hoe het met uw rechten in de “Oude wereld” zat, weet u ook hoe het in de “Nieuwe wereld” zit.

Enige tijd terug stelde iemand in ons gratis spreekuur voor creatieven de vraag of hij tweedehands e-books mocht verkopen. Het antwoord geeft het hof Amsterdam in een zaak tussen uitgevers en Tom Kabinet. In 2012 besliste het Europese Hof in de Usedsoft-uitspraak dat tweedehands software mocht worden doorverkocht, ongeacht wat de licentie zei. Mits bij de verkoper het origineel was gewist.

Sinds die uitspraak zijn er handige jongens op zoek gegaan naar andere tweedehands “e-“dingen die konden worden verkocht. Eerder schreven we in onze nieuwsbrief al over www.ReDigi.com (tweedehands mp3s). Daar is wel een Amerikaans verbod van de rechter (gevolgd door een “congressional hearing”), maar op het moment van schrijven van dit stuk nog geen Europese uitspraak.

Onder de handige jongens was ook Tom Kabinet, die tweedehands e-books verkocht. De Amsterdamse rechter ging mee met de “Usedsoft-stelling” van Tom Kabinet. Hier kwam echter wel de “maar” uit de Usedsoft-uitspraak om de hoek kijken. Omdat Tom Kabinet niet kon laten zien dat de e-books bij de oorspronkelijke koper gewist waren, volgde toch een verbod,  op “illegaal gedownloade e-books”. En omdat Tom Kabinet niet kon aantonen welke e-books legaal of illegaal waren, komt dat in de praktijk neer op “alles”. Indien Tom Kabinet er alsnog in zou slagen om voldoende effectieve maatregelen te nemen om illegaal verkregen e-books van de website te weren kan Tom Kabinet volgens het Amsterdamse hof verzoeken het verbod op te heffen. 

Een terechte uitspraak mijns inziens. Als je een papieren boek of een cd tweedehands mag verkopen, waarom dan een e-book of mp3 (enzovoort) niet? Aan de andere kant moet het niet zo zijn dat auteursrechthebbenden achter cowboys aanrennen. Het moet niet zo zijn dat de rechthebbende maar moet bewijzen dat het exemplaar bij de verkoper niet is gewist. Of dat het “origineel” van de verkoper ook al geen origineel meer was. Deze uitspraak houdt rekening met de belangen van zowel verkoper als auteursrechthebbende. Zo moeilijk moet het immers niet zijn om een sluitend “check&wis-systeem” te maken. Lees de uitspraak hier.

Jan Smolders

maandag 3 november 2014

Iedere creatief heeft iets aan de Rubik’s Cube en de Tripp Trappstoel


Creatieven bestaan bij gratie van het voortdurend creëren; de ene keer volstrekt nieuw, oorspronkelijk en nooit eerder vertoond, de andere keer op een idee gebracht, geïnspireerd door iets anders. In ons wekelijkse gratis IE-spreekuur krijgen we dan ook veel vragen van creatieven over de grenzen van originaliteit en inspiratie. Die grenzen zijn onlangs weer scherper gezet door de rechter, namelijk in rechtszaken over de Rubik’s Cube en over de Tripp Trappstoel.

Allereerst Rubik’s Cube. Daar was ooit een octrooi op, maar alleen in Hongarije. Een octrooi is beperkt in tijd en zou dus ook in Nederland allang vervallen zijn. Dan moet je iets als iemand je ontwerp namaakt, dus stel je dat je ontwerp zo origineel is dat niemand anders dit zo zou hebben kunnen ontwerpen, ofwel: “auteursrecht”. Dat haalde het niet bij de Hoge Raad: de Cube was “technisch bepaald” en daar heb je octrooien voor, auteursrecht kan dan niet. Dat er ooit een octrooi op had gerust, maakte het verweer dat de Cube niet technisch bepaald was zeker niet sterker …, net als bij het Capri Sun limonade-stazakje. Het enige niet technisch bepaalde dat er aan de Cube te ontdekken viel, was de exacte kleurstelling van de zes vlakken. Hetzelfde ding mag nu dus door iedereen op de markt worden gezet, als de kleuren maar anders zijn.

Dan de Tripp Trappstoel van Peter Opsvik (fabrikant: Stokke). Op het technische principe zat een octrooi, dat inmiddels is verlopen. Het auteursrecht heeft, zoals we zagen bij Rubik’s Cube, een probleem wanneer het product deels technisch bepaald is. Dus probeert Stokke het, naast auteursrecht, met merkenrecht. Stokke heeft op de stoel een “vormmerk” gevestigd, ofwel: de hele stoel is als afbeelding gedeponeerd bij het merkenbureau. Iedereen die iets maakte dat op de stoel leek, werd bedreigd met dat vormmerk. Een merk is bedoeld om (onder andere) te dienen als herkenningsteken, d.w.z. “dát product is afkomstig van díé onderneming”. Het Europese hof zegt (en nu vat ik het héél kort samen): wezenlijke eigenschappen van een gebruiksvoorwerp waar de consument mogelijk op zoek naar gaat bij producten van concurrenten, kunnen niet als merk dienen. Ofwel: het vormmerk als bescherming van het design van gebruiksvoorwerpen is vrijwel doodverklaard door het Europese hof. Voor de bescherming van (niet-technisch bepaalde) kunst toegepast in gebruiksvoorwerpen heb je modelrecht en auteursrecht en voor het overige mag je niet “slaafs nabootsen”. Over wat slaafs nabootsen is: klik hier.

Moraal van dit verhaal

Wat kunnen we leren van Rubik’s Cube en Tripp Trapp? Niet dat de Cube je geen grijze haren meer bezorgt en niet dat de Tripp Trapp niet meer verdraaid handig is … Maar wél dat er grenzen aan Intellectuele-Eigendomsrechten zijn, ook aan geregistreerde IE-rechten. Indien u dus als creatief die iets bedacht heeft en op de markt heeft gezet, besprongen wordt met een claim geldt: niet direct toegeven, maar eerst advies inwinnen! Omgekeerd geldt natuurlijk ook: heeft u iets beschermd, check even de reikwijdte van die bescherming. Het is een dun – juridisch – lijntje tussen oorspronkelijkheid en inspiratie!

mr. Hub Dohmen.
http://twitter.com/hdohmen
Dohmen advocaten - Van idee tot product, wij spreken uw taal en kennen uw recht
www.dohmenadvocaten.nl

dinsdag 1 juli 2014

Geloof niet blindelings in onaantastbaarheid registratie intellectuele eigendom


Een fantastische oplossing van namaakkwesties — en een smeuïg verhaal ...
 
Niet meer de ‘bricks’ bepalen de waarde van een onderneming, maar de ideeën, designs, uitvindingen en creaties, beleving, ‘look and feel’, van een klein, simpel gebruiksvoorwerp, via een artistiek schilderij tot een hoogwaardig productieproces. Iedereen inspireert iedereen, of het nu gaat om auteursrecht, merk, octrooi / patent, domeinnaam, handelsnaam, model, design, hoogwaardige technologie, vernieuwend webdesign of innovatie enzovoort enzovoort. Wat de een als ‘diefstal’, ‘namaak’, ‘counterfeit’ of ‘piraterij’ beschouwt, noemt de ander ‘lenen’ en weer een ander ’geïnspireerd door’ of ‘op elkaars schouders gaan staan’.

In de technology draaien bedrijven als Apple en Samsung om elkaar heen wegens octrooi-/patentschending en het gebruiken van elkaars design. In de detailhandel is het aanleunen van een starter tegen de handelsnaam van een ‘oldtimer’ een ware rage. Webdesigners weten meestal wel dat je geen foto’s die je op het web vindt, mag ‘lenen’, maar bij MKB’ers met een CMS staat een foto met andermans auteursrecht/persoonlijkheidsrecht vaak binnen vijf minuten op de site. Handelaren in gebruikte auto’s en auto-onderdelen of autoreparatie/-restauratiebedrijven willen graag de automerken waarin zij gespecialiseerd zijn in hun domeinnaam vermelden.

Een goed voorbeeld van inspiratie door andermans modellen/designs is de schoen(mode). Uit die schoenmode volgt nu een waar gebeurd verhaal. Een designschoenenboetiek – met eigen ontwerpen – benadert ons naar aanleiding van onze gespecialiseerde juridische workshops en columns voor creatieven, o.a. bij KvK en CreatiefZuid. De cliënt kreeg een sommatie van een advocaat: “U verkoopt een designpump die heel erg lijkt op de Europese modelaanvraag van onlangs van mijn cliënt. Dus stop er maar mee!”.
 
Onze cliënt is des duivels: hij produceert dit model al lang, heeft – als rechtgeaard creatief – een broertje dood aan vastleggen en kan dus niet goed bewijzen dat hij ‘eerder’ was. Wij vertellen onze cliënt dat een modelbescherming van een ander voor hem dan een probleem kan zijn en instrueren hem om onderzoek te doen. De wederpartij komt met een foto van ‘haar’ schoen op een beurs in 2014. Dat nodigde uit tot verder grondig onderzoek: het blijkt een beurs uit 2013 te zijn, niet 2014!. Je hebt maximaal een jaar om je model te registreren nadat je het op de beurs laat zien. Dus mail terug: te late registratie en dus ongeldig model. Zo wordt de ogenschijnlijk krachtige, maar unfair verkregen modelbescherming afgestraft. Moraal van dit verhaal: geloof niet zomaar alles wat op papier staat en … zorg dat je zelf het nodige op papier hebt …

Jan Smolders

Dohmen Advocaten - Van idee tot product, wij spreken uw taal en kennen uw recht

dinsdag 27 mei 2014

Stijlpikkers II


Eerder schreef mijn collega Hub Dohmen een column over het pikken van de stijl van een schilder. Dat mocht van de Hoge Raad: auteursrecht rust niet op een stijl, maar op een werk.

Er is veel weerstand tegen die uitspraak; de work-around is dus dat rechters onderdelen van het werk waarvan een ander de stijl heeft overgenomen auteursrechtelijk beschermd gaan benoemen … Meubeldesigner Piet Hein Eek was een kort geding gestart tegen iemand die bij Piet Hein Eek tot circa 1999 als timmerman in dienst was geweest. De timmerman was vervolgens voor zichzelf aan het timmeren geslagen en bood op zijn website meubels aan waarvan de stijl gekopieerd was van Piet Hein Eek. Een ronde tafel van de timmerman had een blad in dezelfde stijl als een rechthoekige tafel van Piet Hein Eek. Ronde tafel versus rechthoekige tafel. Desondanks concludeerde de rechter tot auteursrechtinbreuk: “Ook als een tafel met deze typische kenmerken in een andere vorm wordt gemaakt, dan nog behoudt deze het eigen oorspronkelijk karakter en het persoonlijke stempel van de maker.”.

Een verbod is een uitkomst waar ik mee kan leven, gelet op het feit dat de timmerman in dienst was geweest bij Piet Hein Eek. Een verbod op grond van auteursrechtinbreuk niet. De motivering is mijns inziens een doelredenering. Met een andere redenering had een zelfde resultaat kunnen worden bereikt.

Behalve het auteursrecht bestaat er namelijk ook zoiets als “onrechtmatige daad”. Zoals mijn collega Hub Dohmen al schreef:  “Slechts onder omstandigheden, zegt de Hoge Raad, is het nabootsen van een stijl onrechtmatig. Wanneer dat het geval is, zal toekomstige jurisprudentie moeten uitwijzen. Zelf denk ik bijvoorbeeld aan een eerdere zakelijke relatie tussen creatieveling en stijlnabootser, waarbij de nabootser alle tips en trucs heeft kunnen afkijken.”. Nu was er dan eindelijk een keer zo’n situatie (ex-werknemer), gebruikt de rechter die uitweg niet….

De vraag is of deze rechter een zelfde vonnis had afgegeven als de timmerman geen ex-werknemer was geweest van Piet Hein Eek. Vraag is ook wat een bodemrechter of hogerberoeprechter met een uitspraak als deze doet. De toekomst zal het leren.

 
Dohmen Advocaten  - Van idee tot product, wij spreken uw taal en kennen uw recht
 
 

maandag 5 augustus 2013

Merk-waardig

positionering
Hub Dohmen
Mijn collega mr. Jan Smolders schreef eerder een column voor CreatiefZuid met als slotsom: “het blijft opletten bij het gebruik van een merk van een ander in uw handelsnaam en op uw site, maar als u zorgvuldig te werk gaat “mag het”. Neem even rustig de tijd om de eerdere column te lezen voor u verder leest. Gelezen? Dan nu het vervolg …

Zoals u heeft kunnen lezen, ving Porsche bot bij de rechtbank. Van den Berg is een garagebedrijf dat gespecialiseerd is in Porsches. Porsche wilde Van den Berg verbieden om de handelsnaam ‘Porschespecialist’ en de domeinnaam ‘www.porschespecialist.nl’ te gebruiken. De rechtbank gaf Porsche ongelijk, omdat het publiek door het enkele gebruik van ‘Porschespecialist’ niet meteen zal aannemen dat er een commerciële band tussen Van den Berg en Porsche bestaat, bijvoorbeeld een dealerschap. Porsche nam geen genoegen met die uitspraak en ging in hoger beroep bij het gerechtshof in Den Haag. Dat hoger beroep pakte geheel anders uit en dat is voor u als creatieven van groot belang, omdat u nog al eens ontwerpen maakt die voortbouwen op bestaand werk of die dienen voor verfraaiing of beter gebruik van bestaande ontwerpen. Daarbij wilt u wellicht dat merk wel even noemen; vandaar deze update.

Volgens het hof Den Haag kan bij een onderneming die het woord ‘Porsche’ gebruikt bij toekomstige klanten de indruk ontstaan dat er een bijzondere band bestaat tussen die onderneming en Porsche. Je kan niet zomaar aannemen dat het merendeel van de mensen bij het zien van “Porschespecialist” wel begrijpt dat het geen officiële dealer betreft. Een bijzondere band kan ook uit iets anders bestaan dan een officieel dealerschap. De indruk van een bijzondere band wordt versterkt door op de website met domeinnaam ‘porschespecialist.nl’ consequent linksboven een logo met Porschecontouren af te beelden en rechtsboven “Porschespecialist Van den Berg Apeldoorn B.V.”. De disclaimer op de site die vermeldt dat er geen band is met Porsche is alleen te zien op de site. De disclaimer staat helemaal onderaan, zodat de meeste sitebezoekers het niet zien.

dinsdag 4 juni 2013

Stijlpikkers ...

positionering
Hub Dohmen
… is de titel van een lied dat ooit door een Amsterdamse rapgroep werd geschreven. Ik citeer hier niet, dit is een nette site ... Een auteursrechtelijk beschermde creatie namaken mag niet. Maar wat als je “slechts” de stijl kopieert? Volgens onze hoogste nationale rechter, de Hoge Raad, mag dat, ook als dat kopiëren nodeloos is en verwarring wekt.

Het criterium “nodeloos verwarring veroorzaken” dateert uit een zaak over hijskranen uit 1953 (over wat we noemen ‘slaafse nabootsing’). Iets auteursrechtelijks viel aan de hijskraan niet te ontdekken en een modelrecht of octrooi zat er ook niet op. Helemaal vogelvrij was de originele hijskraanmaker echter niet: “Nabootsing is alleen dan niet geoorloofd indien men zonder aan de deugdelijkheid en bruikbaarheid afbreuk te doen op bepaalde punten evengoed een andere weg in had kunnen slaan en men door dit na te laten verwarring sticht.” Oftewel: als iets niet beschermd is volgens enig recht van intellectuele eigendom (zoals auteursrecht) en een 100% kopie nodig is voor de functionaliteit, zet er dan ten minste een andere striping op.

Nu weer terug naar de schilderstijl. Het gerechtshof had een schilder die in een schilderij van een ander een kopie van zijn werk zag gedeeltelijk gelijk gegeven door zijn stijl te beschermen met het ‘1953-leerstuk’. Het hof had weliswaar beslist dat het schilderwerk van de ander geen kopie was van het schilderij van de schilder. Wat dat betreft was er dus geen inbreuk op het auteursrecht van de schilder. Het hof vond echter wel dat de stijl was gekopieerd. Een stijl is echter niet auteursrechtelijk beschermd. Het hof vond dit kennelijk zó zuur voor de schilder dat het besliste dat het kopiëren van een stijl dan weliswaar niet auteursrechtelijk verboden is, maar dat het wel onrechtmatig is (volgens het ‘1953-leerstuk’).