Posts tonen met het label bescherming. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bescherming. Alle posts tonen

donderdag 26 februari 2015

Creatief recht voor creatieven


Bij ons wekelijks gratis spreekuur voor creatieven over de juridische bescherming van creaties hebben we soms van die vragen waarop het puur wettelijk antwoord helder is: jammer maar helaas! Rationeel benaderd, zijn er geen wettelijke mogelijkheden. Nou ben ik altijd al behept geweest met een gevoel waarvan ik soms verdraaid veel last kan hebben. Dat vindt mijn vrouw trouwens ook, maar goed, daar gaat dit stukje niet over. In sommige gevallen is dat gevoel echter toch verdrááid handig.

Onlangs had ik zo’n spreekuursituatie waarin het ook weer eens wettelijk helemaal kansloos was. Toch bekroop me een gevoel van ‘dat kan niet wáár zijn, er klópt iets niet!’, of, nog kinderachtiger: ‘dit is níét eerlijk!’. Het betrof een klein bedrijf in de designwereld dat werd besprongen door een wereldspeler in dezelfde branche. De grote jongen had allerlei beschermingen op het gebied van intellectuele eigendom en kon de ontwerper met van alles om de oren slaan en deed dat ook met onverholen genoegen. De ontwerper zat in zak en as, want het maakte hem ongerust en het kostte hem negatieve energie; het blokkeerde hem in zijn creatieve arbeid. Maar, hij snápte het ook niet. Ze hadden nooit last gehad van elkaar gehad in al die jaren. En ineens zou dat dan wel het geval zijn? Waarom wachtte die grote jongen zo lang, als het nu zo’n groot punt voor hem was?

Ik voelde de oprechte verontwaardiging en het onbegrip van de creatieve. Dat zijn de kostbare momenten waarop ik terugdenk aan een college van een reeds lang overleden professor tijdens mijn rechtenstudie dertig jaar geleden. Die zei: “Een rechtzaak wordt gewonnen op de feiten en niet op het recht”. Al doorpratend en doorgravend met de ontwerper over zijn verontwaardiging ontdekten we dat er iets bijzonders aan de hand was: de grote jongen had weliswaar veel en oudere beschermingsrechten, maar was wel wat opgeschoven – zij het bijna ongemerkt – in de loop der jaren wat betreft het soort business en producten. Dan wordt het toch allemaal wel wat anders … 

Ik zal u de juridische ins en outs besparen, maar ik kan u zeggen: het is goed afgelopen met de ontwerper. En ook met mij, dank u: Ik geniet weer dat rechtvaardigheid heeft gezegevierd (klinkt mooi, toch?). Moraal van dit verhaal: kijk niet alleen naar wat in de wet staat en naar gemeenplaatsen, maar graaf een spade dieper! Maar ja, wie ben ik om u als creatieven dat te vertellen, u kunt niet anders …

mr. Hub Dohmen.
http://twitter.com/hdohmen
Dohmen advocaten - Van idee tot product, wij spreken uw taal en kennen uw recht
www.dohmenadvocaten.nl

maandag 3 november 2014

Iedere creatief heeft iets aan de Rubik’s Cube en de Tripp Trappstoel


Creatieven bestaan bij gratie van het voortdurend creëren; de ene keer volstrekt nieuw, oorspronkelijk en nooit eerder vertoond, de andere keer op een idee gebracht, geïnspireerd door iets anders. In ons wekelijkse gratis IE-spreekuur krijgen we dan ook veel vragen van creatieven over de grenzen van originaliteit en inspiratie. Die grenzen zijn onlangs weer scherper gezet door de rechter, namelijk in rechtszaken over de Rubik’s Cube en over de Tripp Trappstoel.

Allereerst Rubik’s Cube. Daar was ooit een octrooi op, maar alleen in Hongarije. Een octrooi is beperkt in tijd en zou dus ook in Nederland allang vervallen zijn. Dan moet je iets als iemand je ontwerp namaakt, dus stel je dat je ontwerp zo origineel is dat niemand anders dit zo zou hebben kunnen ontwerpen, ofwel: “auteursrecht”. Dat haalde het niet bij de Hoge Raad: de Cube was “technisch bepaald” en daar heb je octrooien voor, auteursrecht kan dan niet. Dat er ooit een octrooi op had gerust, maakte het verweer dat de Cube niet technisch bepaald was zeker niet sterker …, net als bij het Capri Sun limonade-stazakje. Het enige niet technisch bepaalde dat er aan de Cube te ontdekken viel, was de exacte kleurstelling van de zes vlakken. Hetzelfde ding mag nu dus door iedereen op de markt worden gezet, als de kleuren maar anders zijn.

Dan de Tripp Trappstoel van Peter Opsvik (fabrikant: Stokke). Op het technische principe zat een octrooi, dat inmiddels is verlopen. Het auteursrecht heeft, zoals we zagen bij Rubik’s Cube, een probleem wanneer het product deels technisch bepaald is. Dus probeert Stokke het, naast auteursrecht, met merkenrecht. Stokke heeft op de stoel een “vormmerk” gevestigd, ofwel: de hele stoel is als afbeelding gedeponeerd bij het merkenbureau. Iedereen die iets maakte dat op de stoel leek, werd bedreigd met dat vormmerk. Een merk is bedoeld om (onder andere) te dienen als herkenningsteken, d.w.z. “dát product is afkomstig van díé onderneming”. Het Europese hof zegt (en nu vat ik het héél kort samen): wezenlijke eigenschappen van een gebruiksvoorwerp waar de consument mogelijk op zoek naar gaat bij producten van concurrenten, kunnen niet als merk dienen. Ofwel: het vormmerk als bescherming van het design van gebruiksvoorwerpen is vrijwel doodverklaard door het Europese hof. Voor de bescherming van (niet-technisch bepaalde) kunst toegepast in gebruiksvoorwerpen heb je modelrecht en auteursrecht en voor het overige mag je niet “slaafs nabootsen”. Over wat slaafs nabootsen is: klik hier.

Moraal van dit verhaal

Wat kunnen we leren van Rubik’s Cube en Tripp Trapp? Niet dat de Cube je geen grijze haren meer bezorgt en niet dat de Tripp Trapp niet meer verdraaid handig is … Maar wél dat er grenzen aan Intellectuele-Eigendomsrechten zijn, ook aan geregistreerde IE-rechten. Indien u dus als creatief die iets bedacht heeft en op de markt heeft gezet, besprongen wordt met een claim geldt: niet direct toegeven, maar eerst advies inwinnen! Omgekeerd geldt natuurlijk ook: heeft u iets beschermd, check even de reikwijdte van die bescherming. Het is een dun – juridisch – lijntje tussen oorspronkelijkheid en inspiratie!

mr. Hub Dohmen.
http://twitter.com/hdohmen
Dohmen advocaten - Van idee tot product, wij spreken uw taal en kennen uw recht
www.dohmenadvocaten.nl

dinsdag 27 mei 2014

Stijlpikkers II


Eerder schreef mijn collega Hub Dohmen een column over het pikken van de stijl van een schilder. Dat mocht van de Hoge Raad: auteursrecht rust niet op een stijl, maar op een werk.

Er is veel weerstand tegen die uitspraak; de work-around is dus dat rechters onderdelen van het werk waarvan een ander de stijl heeft overgenomen auteursrechtelijk beschermd gaan benoemen … Meubeldesigner Piet Hein Eek was een kort geding gestart tegen iemand die bij Piet Hein Eek tot circa 1999 als timmerman in dienst was geweest. De timmerman was vervolgens voor zichzelf aan het timmeren geslagen en bood op zijn website meubels aan waarvan de stijl gekopieerd was van Piet Hein Eek. Een ronde tafel van de timmerman had een blad in dezelfde stijl als een rechthoekige tafel van Piet Hein Eek. Ronde tafel versus rechthoekige tafel. Desondanks concludeerde de rechter tot auteursrechtinbreuk: “Ook als een tafel met deze typische kenmerken in een andere vorm wordt gemaakt, dan nog behoudt deze het eigen oorspronkelijk karakter en het persoonlijke stempel van de maker.”.

Een verbod is een uitkomst waar ik mee kan leven, gelet op het feit dat de timmerman in dienst was geweest bij Piet Hein Eek. Een verbod op grond van auteursrechtinbreuk niet. De motivering is mijns inziens een doelredenering. Met een andere redenering had een zelfde resultaat kunnen worden bereikt.

Behalve het auteursrecht bestaat er namelijk ook zoiets als “onrechtmatige daad”. Zoals mijn collega Hub Dohmen al schreef:  Slechts onder omstandigheden, zegt de Hoge Raad, is het nabootsen van een stijl onrechtmatig. Wanneer dat het geval is, zal toekomstige jurisprudentie moeten uitwijzen. Zelf denk ik bijvoorbeeld aan een eerdere zakelijke relatie tussen creatieveling en stijlnabootser, waarbij de nabootser alle tips en trucs heeft kunnen afkijken.”. Nu was er dan eindelijk een keer zo’n situatie (ex-werknemer), gebruikt de rechter die uitweg niet….

De vraag is of deze rechter een zelfde vonnis had afgegeven als de timmerman geen ex-werknemer was geweest van Piet Hein Eek. Vraag is ook wat een bodemrechter of hogerberoeprechter met een uitspraak als deze doet. De toekomst zal het leren.

 
Dohmen Advocaten  - Van idee tot product, wij spreken uw taal en kennen uw recht
 
 

vrijdag 25 april 2014

Ook ‘echte’ designers moeten creatief blijven …

Even ter herinnering:de heer Louboutin is designer van, zoals u allen weet, dure damesschoenen met rode zolen; een ‘echte’, beroemde designer dus ... Louboutin had die rode zool beschermd als merk. Van Haren verkocht vorig jaar ook damesschoenen met rode zolen. Louboutin sprong er boven op en won de rechtszaak wegens merkinbreuk. In een eerdere column maakte ik al bezwaar tegen die uitspraak, omdat daardoor onterecht een onderdeel van een schoen — de (rode) zool — eeuwigdurend gemonopoliseerd werd.

Een Belgische rechter zag dat ook zo. In een zaak die speelde tussen Louboutin en een Belgische ‘inbreukmaker’ heeft de rechter het ‘rode-zolenmerk’ van Louboutin namelijk vernietigd. Natúúrlijk, zegt de rechter, kun je een bepaalde vorm als merk beschermen; dat kan echter niet als die vorm beslissend is voor de esthetische aantrekkelijkheid en dus voor de marktwaarde van het product. Dan helpt het Louboutin niet echt als de rechter heeft gelezen dat Louboutins schoen met rode zool is verkozen tot meest sexy schoen van 2012 en een koopster verklaart dat ze nooit zoveel geld had uitgegeven aan een paar schoenen als er geen rode zolen onder hadden gezeten ... En, ja, schrijft de rechter fijntjes: rode zolen blijken al geruime tijd gangbaar te zijn voor damesschoenen, dus zo onderscheidend is het allemaal niet meer! Tja, meneer Louboutin: streep door je merk (voor de hele Benelux), weer creatief worden en iets nieuws bedenken! Máár … en ik ben niet voor niets advocaat …: Louboutin kan nog bezwaar maken tegen deze uitspraak en het zou me niet verbazen als hij dat doet bij zo’n schoen als kaskraker.

De rechter was er al ‘klaar mee’, maar geeft ons allen toch nog een gratis college. Een merk is een herkenningsteken van welke onderneming iets afkomstig is. Een Coca Colaflesje is ook beschermd als vormmerk, maar wat verkocht wordt is de inhoud. Als vormmerk en wat verkocht wordt één zijn, zoals de schoen met rode zool, ziet de consument dat niet als herkenningsteken, tenzij je de eerste bent die die vorm toepast. In de woorden van de rechter: als dat teken “op significante wijze afwijkt van de norm of van wat in de betrokken sector gangbaar is”.

Moederdagtip: binnenkort kunt u waarschijnlijk weer rode zolen bij Van Haren kopen.

mr. Hub Dohmen.

Dohmen Advocaten - Van idee tot product, wij spreken uw taal en kennen uw recht